Talent of hard werken?

Daar is de wetenschap nog niet uit. En eerlijk gezegd: ik ook niet.

Het is ook ‘veilig’ om te zeggen dat een kind ergens een talent voor heeft of juist niet. Dat impliceert dat je er niet zoveel aan zou kunnen doen om ergens heel goed in te worden. Daar denk ik anders over. Zelf zeg ik mijn kinderen altijd dat als ze oefenen, ze altijd beter worden en ook dat je met de juiste inspanning, alles kunt leren. Je kunt jezelf altijd verbeteren. Dat betekent niet dat je de Nobelprijs hoeft te winnen, wereldkampioen wordt of tieneridool. Het betekent dat je in staat bent om de beste versie van jezelf te zijn.

Uitzonderlijke prestaties op het gebied van sport, wiskunde, schaken, muziek, vreemde talen, wetenschap, kunsten en ook op school, gaan altijd samen met een vrijwel even uitzonderlijke mate van oefening en training. Dat blijkt uit vele onderzoeken, onder andere naar de bekende “Wonderkinderen”. De zogenoemde Wonderkinderen blijken ook heel veel te oefenen. Wel lijkt het per kind verschillend na hoeveel uur je ergens goed in bent. Er is een stelling dat je na 10.000 uur (be)oefenen iets kunt, maar bijvoorbeeld John Gatto, een oud-leraar uit New York, zegt dat het allemaal efficiënter kan. Gatto stelt dat het met de juiste motivatie in 100 uur kan.

“School draait om macht en om dwang” https://s.parool.nl/s-a4518112/

Factoren die wel van invloed zijn
Uiteraard zijn er een aantal factoren die van invloed zijn, zoals de plek waar je geboren wordt, de omgeving waarin je opgroeit, maar ook uiterlijke kenmerken als lengte, een handicap en schoonheid.

Echter zijn ook daar voorbeelden van die interessant zijn. Zo vind ik het verhaal van de Zweedse hoogspringer Stefan Holm zeer inspirerend. (Rikers & Verkoeijen, 2008). Hij was van jongs af aan gefascineerd door het hoogspringen en oefende met veel plezier onder het toeziend oog van zijn vader. Stefan Holm had echter een probleem; een probleem waar je niks aan kunt doen. Hij was ‘te klein’ om een succesvol hoogspringer te kunnen worden. Hoogspringers zijn namelijk in de meeste gevallen rond de 2 meter lang. Het leek alsof Holm met een lengte van 1.81 geen kans zou maken. Zijn grote idool toen hij kind was, de zeer

succesvolle Zweedse hoogspringer Patrik Sjöberg, gaf hem ook te kennen dat hij beter iets anders kon gaan doen. Op basis van de biomechanica leek hij gelijk te hebben. Het is duidelijk aan te tonen waarom lengte een voordeel is bij sporten zoals hoogspringen, basketbal of volleybal. Dit heeft onder andere te maken met het lichaamszwaartepunt. Toch heeft Stefan Holm het gepresteerd door hard en op een andere manier te trainen, tot de beste hoogspringers te behoren. Tijdens de Olympische spelen van Athene in 2004, won hij een gouden medaille. Ook is hij viervoudig wereldkampioen en een aantal keer Europees kampioen hoogspringen geworden. De moraal van dit verhaal is dus, dat ondanks dat er soms aanwijsbaar sprake is van aanleg, dit niet betekent dat er geen andere wegen zijn om tekortkomingen op te vangen. In het geval van Stefan Holm was dit een betere afzettechniek en een snellere aanloop dan die van de andere springers. Een natuurlijk voordeel is dus absoluut meegenomen, maar als je deze voordelen niet hebt, hoeft het niet te betekenen dat je de top niet bereikt!

Oefenen, trainen, je bekwamen, opgeleid worden, je scholen, allemaal termen die omvatten wat je mogelijkheden zijn. Van oefenen wordt je altijd beter. Ik heb het niet over “hoeveel” beter, maar je wordt beter. Al heb je nog nooit een tennisracket aangeraakt, maar je vindt het leuk om te doen, is mijn overtuiging dat door elke dag te oefenen, les te krijgen en wedstrijden te spelen, je beter wordt. Wat helpt is een doel te stellen. Bijvoorbeeld dat je competitie wil spelen op niveau 6. Dit geldt ook voor vakken op school. Ook geloof ik dat om te willen oefenen, er een intrinsiek gevoel moet zijn of gevoel van passie, voor waar je beter in wil worden. Bij het fenomeen ‘wonderkinderen’ kan de verklaring net zo goed zijn dat de kinderen oefenden, instructies kregen en getraind werden. Dat is namelijk ook waar, al hebben ze in aanleg wellicht een heel goed gehoor, ze hebben allemaal heel veel meters gemaakt. Muziek is dan dus ook een passie.

Conclusie:

Waarom is het onderwijs in Nederland nog steeds niet zo ingericht dat je basiskennis op doet voor de vakken waar je hart niet ligt en de vakken die je wel leuk vindt je op een hoger niveau worden onderwezen?

Gelukkig lijkt daar verandering in te komen. Zoals te lezen in het volgende artikel uit de Volkskrant: “Middelbare scholier mag beste vakken op hoger niveau volgen” https://s.vk.nl/e-a4246051/

Dit artikel sluit wat mij betreft ook veel beter aan bij de wet ‘educatie en beroepsonderwijs’, die stamt uit 1995 (!). Hierin staat het volgende beschreven:

“Educatie is gericht op de bevordering van de persoonlijke ontplooiing ten dienste van het maatschappelijk functioneren van volwassenen door de ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen op een wijze die aansluit bij hun behoeften, mogelijkheden enervaringen alsmede bij maatschappelijke behoeften.”

Voor mij lijkt het of talent en hard werken heel goed samen gaan, maar ook dat het een het ander niet uitsluit. Op elk gebied waar je beter in wilt worden, zal oefening je verder brengen.


Joy Ellen Bos
oprichter at Enjoy! Learning, Enjoy! Kinderopvang en Enjoy! Preschool